Hans Braakhuis

home
Arboreta in Wageningen en Renkum

bijgewerkt in juli 2024
Er zijn (waren) in Wageningen zes arboreta: 't Spijk, Dreijen, Belmonte, Oranje Nassau Oord, Hinkeloord en de Oostereng.
Inleiding

Een arboretum kent ook andere namen: proeftuin, schooltuin met proefvelden, leertuin, instructietuin of een botanische tuin.

In Wageningen wordt de naam proeftuin vaker gebruikt. Met de naam Groot Hinkelooord heb je het over: Het gebouw met de Klok, de laboratoria van Microbiologie, Plantenfysiologie en Landmeetkunde, de Villa Hinkeloord, het arboretum Belmonte, de proefvakken, de hyacintenbakken en het Schip van Blaauw.
Botanische tuinen behoren met sterrenwachten tot de oudste natuurwetenschappelijke instellingen. Een arboretum is een gespecialiseerde botanische tuin. Waar in een botanische tuin allerlei soorten planten worden gehouden, gaat het in een arboretum vooral om winterharde houtige planten. Een arboretum kan een onderdeel van een botanische tuin vormen. Een pinetum is een arboretum met hoofdzakelijk coniferen - naaldbomen.

Geschiedenis van botanische tuinen volgens Het Depot.
Oostereng
Oostereng

Voormalig landgoed en villa Oostereng, Keijenbergseweg 2, 6704 PJ Wageningen.

  De ingang is bij hectometerpaal 4.3, bij de kruising met de Regentesselaan. Twee witte lage pilaren markeren de inrit. Parkeergelegenheid is beperkt, er zijn wel diverse parkeermogelijkheden in de omgeving. De actuele folder

Uit de grafheuvels (klokbekercultuur) op het landgoed blijkt dat er vanaf 3000 tot 1500 voor Christus al bewoning was.

De Rekenkamervelden vielen aanvankelijk onder beheer van de Hertogelijke (later Stadhouderlijke) Rekenkamer. Oorspronkelijk dus, net als Grunsfoort, bezit van de Hertog van Gelre.

Vanaf de 16e-eeuw waren de gronden eigendom van de Staten van het kwartier Veluwe en werden beheerd door de Rekenkamer. De Oostereng was een niet herkenbaar onderdeel van de Moft, een 220 Ha. groot bosgebied tussen Wageningen, Bennekom, Ede en Renkum. Tot het midden van de 19de eeuw bestond dit gebied uit woeste gronden.

Oostereng
Kaart uit  HisGis in 1832. De toenmalige eigenaar is aangegeven.

Tussen 1823 en 1828 zijn er door de Domeinen vele dennen aangeplant. De dennen waren erg vatbaar voor rupsenplagen, zodat de meeste dennenbossen rond 1846 gekapt zijn. Op de Oostereng bleven ze echter behouden. Interessant voor particuliere ondernemers.

Dros en Tieleman

 In 1847 kopen 3 personen voor 56.000 gulden zo'n 280 hectare domeingronden. (bron) Dat zijn Cornelis Dros en Adrien Tieleman, mevrouw Maria Wilhelmina Brummelkamp-de Moen. In 1850 kwam het gehele gebied in bezit van de heren Drost en Tieleman. Mevrouw Brummelkamp-de Moen heeft zich teruggetrokken. Maria Wilhelmina de Moen, was eerder Weduwe van Caspard Tieleman, en gehuwd met Anthonie Brummelkamp.

Drost en Tieleman hadden vanaf 1848 ook al stukken van de Buunderkamp in bezit.

Drost Tieleman
1857, de relaties van Dros, Tieleman en de Moen.

Oostereng
de boerderij uit 1854

Cornelis Dros en Adrien Tieman, bouwden in 1854 de boerderij die de kern zou worden van het landgoed Oostereng. De teruggewonnen braakliggende terreinen werden beplant met fruitbomen en Schotse sparren voor gebruik in de olie-industrie. Ze produceerden grondstoffen voor 'boswol' (matrasvulling gemaakt van dennennaalden) en teelden diverse fruitsoorten in hun boomgaard.

Oostereng
Kadaster hulpkaart uit 1861, uitsnede

Het wilde allemaal niet erg rendabel worden en vanaf 1873 had de boerderij  uitsluitend een woonfunctie. De boerderij werd door Dros en Tieleman omgebouwd tot een herenboerderij met een halfronde oprijlaan.

Oostereng Kadaster veldwerkkaart uit 1881, uitsnede

Waar komt de naam Oostereng vandaan?

De naam Oostereng wordt nog niet weergegeven op de topografische kaart Arnhem en omgeving uit 1821. Een groot gebied in deze omgeving stond aangegeven als Boompjesheide. Op een latere kaart uit 1884 is wel de Westereng weergegeven.
Later wordt er ook nog een huis en fabriek Midden-Eng genoemd. Andere Bennekomse huizen heten Noorder- of ZuiderEng.
Dros en Tieleman gebruiken de naam Oostereng voor hun boerderij: Wageningsche courant 5 8 1769

Boswol

Dros en Teieleman
1842

boswol
Deze fabriek betrok het materiaal o.a. van de Oostereng 1854.

Ingezonden brief: "Op een reisje in Gelderland hield ik mij o. a. op in het nabij Wageningen gelegen welvarend dorp Bennekom, en vond daar eene genoegzaam geheel gereed zijnde fabriek, welker bestemming is, eene soort van. wol en olie uit de dennennaalden (hladeren der mastdennenboomen). te vervaardigen. Tot heden was het bereiden dier wol en olie een geheim, dat slechts werd gekend door vier fabriekanten onder eenzelfde bestuur, in Duitschland. Het is echter den ervaren Heer Panhorst, geacht inwoner van genoemd dorp, gelukt, dit geheim door chemische proeven te ontdekken. De wol van deze tot dusver tot niets dienende naalden, heeft de eigenschap, door ondervinding bewezen, alle ongedierten, voornamelijk weeg- of wandluizen, te weren, terwijl de olie een zeer krachtig en afdoend geneesmiddel is, evenzoo door proeven gestaafd, tegen aangezigts-en andere rheumatische pijnen. Het tot de bereiding gediend hebbende water levert evenzoo een vermogend middel op tegen genoemde aandoeningen; reden waarom elke der Duitsche fahrieken, tevens van eene bad-inrigting is voorzien, welke aanhoudend en met succes door aan rheumatisme lijdenden wordt bezocht". T.  Algemeen Handelsblad 03-08-1854

"Uit goede bron verneemt men, dat in de nabijheid van den Boschwol-fabriek van de heeren Panhorst c. s. te Bennekom, een badhuis zal worden opgerigt, voor lijders aan jicht en rheumatiek. De olie der dennennaalden schijnt een heilzaam geneesmiddel tegen deze ziekten". Nieuwe Rotterdamsche courant: 02-03-1856.

boswol
1857

In april 1857 gaat  H.P. van Heyst, uit Wageningen, als directeur verder van de aldaar opgerichte vennootschap „de Boschwol-fabriek" te Bennekom. Helaas verdwijnt deze fabriek weer snel.

Oostereng
Uit de Wageningsche courant van 22-12-1864, genoemd wordt De Franse Kamp, net naast de Oostereng.

Oostereng
Arnhemsche courant 23 6 1873
Quarles van Ufford

 Van 1873 tot 1888 was Joan Quarles van Ufford uit Den Haag, de eigenaar en daarna tot 1899 zijn zoon Henri Jacob Quarles van Ufford. Ze teelden er kersen, appels en allerlei soorten bessen. Zwarte bessen zijn nu nog te vinden aan de westkant van het arboretum.

Joan Quarles van Ufford (1820-1899) was gehuwd met Ann Amelia Dennison (1825-1912)

Oostereng
1883. Noordhof was de rentmeester van de Oostereng.

De opbrengst van het fruit was teleurstellend, droge en arme grond. Er verschijnen verkoop advertenties maar dat had geen resultaat. De familie vertrekt naar Den Haag en de oudste zoon betrekt in 1880 de woning van de boerderij. Het werk aande tuinderij wordt gedaan door Noordhof.

Henri Jacob Quarles van Ufford (1858 - 1931) was gehuwd met Henriette Everharda Hillegonda van Hengst, (1 sep 1866 - 1956

Blijkens acte op 31 December 1884 voor den Notaris J, J. DE WIT, te Wageningen, verleden, is tuschen de Heeren : 1. JOHANNES LEONARDUS JACOBUS OPMEER, zonder beroep, wonende te Bennekom, en Jhr. HENRY JACOB QUARLES VAN UFFORD, zonder beroep, wonende op den huize Ooster-Eng, onder Wageningen, aangegaan eene Vennootschap onder firma, die zal worden gedreven onder den gemeenschappelijken naam van "G. NOORDHOF en Co.'' Die Vennootschap heeft ten doel de cultuur van boom- en veldvruchten op eenige tuinen en gronden en de boerderij, behoorende tot het landgoed Ooster-Eng ; het drijven van handel in boom- en veldvruchten; het koopen, houden en verkoopen van vee, meer in het bijzonder van koeijen en varkens ; het verkoopen van melk, boter en andre opbrengsten van het vee en verder het verrichten van al die handelingen, die tot het uitoefenen van bovengenoemde cultuur en handel in onmiddellijk verband staan.

In 1887/1888 kwam de 0ostereng weer onder de hamer. Het landgoed viel toe aan twee kopers. Een bosgedeelte van 35 ha kwam voor de somma van ƒ 4200,— in handen van de jonge G.C. Spengler die aan de Hartenseweg 20 in Renkum woont. Henri Jacob Quarles van Ufford koopt het andere gedeelte van de Oostereng en lost daarmee de hypotheken van zijn vader af. De gelden worden feitelijk betaald door zijn schoonfamilie.

Insinger

In 1899 komt het landgoed in handen van de Amsterdamse bankier Willem Alexander Insinger. Insinger woonde al in Bennekom vanaf 1898. Hij was eigenaar van villa Erica in Bennekom.

Willem Alexander Insinger (1857 Amsterdam - 1921 Oostereng Wageningen) gehuwd met Caroline Antoinetta Susanna Everwijn Lange (1863 Amsterdam - 1941 Oostereng)
Bron: Grafsteen van WA Insinger en GAS Insinger Everwijn Lange in Bennekom.

 Mr. W.A. Insinger kocht ook het gedeelte van Spengler. Mr. Insinger overleed in 1921. Zijn
weduwe, Mevr, C.A.S. Insinger geb. Everwijn Lange behield het tot haar dood in 1941 in eigendom.

Er is een verhaal dat het Everwijnsgoed naar mevrouw C.A.S. Everwijn Lange genoemd is! Helaas het Everwijnsgoed was er al voor haar geboorte.

"Het landgoed veranderde meerdere keren van eigenaar en in 1910 werd er een nieuwe villa gebouwd. De villa beschikte over een tuin ontworpen door landschapsarchitect L.A. Springer. Later heeft hij ook de rest van het landgoed opnieuw ontworpen om te dienen een meer commercieel doel (Van Ufford, 2007; Gelders genootschap, 2011). Springer creëerde ook een arboretum met verschillende exotische naaldsoorten en enkele vreemde bladverliezende soorten. Hij verving ook de laatste percelen met fruitbomen door andere bomen. In de latere jaren, tussen 1921 en in 1940 verving hij een groot deel van de arme teeltpercelen, waarbij hij zich vooral richtte op naaldsoorten zoals Schotse zilverspar gecombineerd met wat Douglas-spar, Japanse lariks, Black Pine en verschillende Abies-soorten. Enkele bladverliezende soorten zoals eiken en beuken waren ook aanwezig, maar vormen een minderheid op de bodemlandgoed. In de latere jaren wordt hij bijgestaan door E.C.A. de Jonge, die hem na zijn overlijden tijdelijk vervangt in de zomer van 1940". bron

Insinger laat de Hilversumse architect J.W. Hanrath in 1911 een groot landhuis op de Oostereng bouwen op de plek van de herenboerderij. Er komt een landhuis met een stal, koetshuis en koetsierswoning. Zie de veldwerkkaart uit 1913, gemaakt in 1912, hieronder.

Insinger introduceerde "vreemde naald- en loofbomen". Daarvan getuigen nu nog de zware Amerikaanse eiken, douglas-sparren, lariksen, Robinia's en Esdoorns. Dit kan gelden als het begin van de bomenverzameling, een arboretum.

In 1911 heeft Leonard Springer er in opdracht van Willem Insinger er twee arboreta aangelegd, een rond het landhuis en een ten oosten van de Regentesselaan. Springer heeft zich tot 1932 met het arboretum beziggehouden en tot 1936 zijn er nog soorten bijgekomen.

Oostereng
Kadaster veldwerkkaart 1912, uitsnede

Oostereng
rond 1906

Omstreeks 1914 (topotijdreis) is de Regentesselaan, genoemd naar Koningin Emma, aangelegd met 4 rijen Hollandse linden.

Wageningen Oostereng

Oostereng
In het verlengde van de latere Regentesselaan is de Oostereng zichtbaar.

In 1941 koopt Staatsbosbeheer de Oostereng van de erfgenamen van Willem Alexander Insinger.
Door het Rijk werd de Oostereng aan de afdeling bosbouw van de Landbouwhogeschool. Door de Duitse bezetter werd geëist dat de productie ten gunste van het Duitse Rijk zou worden gesteld. Later kwam er een strengere regeling: "Besluit staatstoezichtbossen 1943".

Prof. dr. ir. J.H. Jager begon in 1942 met een notitie: Richtlijnen voor den aanleg en de samenstelling van de toekomstige opstanden op Oostereng ..."


Oostereng

De heer van Kranen was chauffeur bij dhr. Willem Alexander Insinger (1857 - 1921) en reed met een prachtige Dodge. Insinger bezat ook grond in het westen van Bennekom. In 1941 koopt het Staatsbosbeheer van de  Insinger ten behoeve van de opleiding van de boschbouwingenieurs (houtvesters) aan de Landbouwhoogeschool te Wageningen het landgoed "Oostereng", groot pl.m. 197 ha. Het bestaat dan in hoofdzaak uit grove dennenbossen van verschillenden leeftijd.
Op 14 oktober 1941 werd het landgoed Oostereng door de Staat der Nederlanden aangekocht van de weduwe Mevrouw C.A.S. Insinger-Everwijn Lange. Hierdoor kwam het landgoed in het bezit van het Staatsbosbeheer en werd de Boswachterij Oostereng ingesteld. De bossen kregen o.a. als doel om tot proefbos te dienen voor de bosbouwopleiding van de Landbouwhogeschool.

Oostereng

De Oostereng kwam in handen van Staatsbosbeheer en werd gebruikt door de
Landbouw Hogeschool (LHS) in Wageningen (tegenwoordig Wageningen UR). De verkoop werd goedgekeurd door Hagemann die verantwoordelijk was voor de reorganisatie van de Nederlandse bosbouwsector. De functie van Boswachterij Oostereng zou onderzoek en rationele bosbouw zijn. De studenten van de LHS konden tijdens hun studie ook bosbouwgerelateerde taken op het landgoed oefenen en uitvoeren. Staatsbosbeheer doopte het landgoed om in Boswachterij Oostereng. De kosten voor de boedel bedroeg ƒ253.273,47. Het huis Oostereng werd verhuurd aan A. Beijer, eigenaar van het nabijgelegen hotel Nol in’t bosch. Zodoende was de Oostereng een dependance van Nol in't bosch. Tegelijkertijd werd J. Six Dijkstra aangesteld als nieuwe boswachter.

In 1943 en 1944 worden er loopgraven en kleine stellingen aangelegd. De villa Oostereng is in april 1945 vernietigd tijdens de gevechten tussen Duitsers en Canadezen. Na de oorlog heeft de villa de Oostereng lang braak gelegen.

Tijdens de slag om Arnhem vonden er op Boswachterij Oostereng slechts weinig gevechten plaats. Vanwege de vlakbij gelegen landingszones X, Z, werd de Oostereng  door de Duitsers gebruikt als voor een tegenaanval. Deze aanval had weinig effect. Een later offensief van de Duitsers strekte zich uit van de Amsterdamseweg tot de Bennekomseweg, moet ook door Boswachterij Oostereng zijn gegaan (Clark, 2004). Na de slag om Arnhem werd de villa aan Boswachterij Oostereng door de Wehrmacht geconfisqueerd die loopgraven bouwden en er prikkeldraad omheen legden. De villa is hoogstwaarschijnlijk in april 1945 verwoest door
Geallieerde artilleriebombardementen vanuit de Betuwe. Toch was het tegen die tijd leeg vanwege de gedwongen evacuatie. (GldA-2; Van Ufford, 2007; Janssen, 2012). Luchtfoto's van 8 april 1945 (RAF foto's van de WUR) laten zien dat de villa nog steeds intact is. Het dak lijkt beschadigd door een explosie die een gat achterlaat. Rondom de villa zijn een handvol kraters aanwezig, evenals een systeem met enkele greppels rondom het huis. De overige huizen op Boswachterij Oostereng lijken onbeschadigd en het bos lijkt grotendeels intact. Deze beschietingsschade is alleen zichtbaar in de velden en langs de wegen.

Op 22 oktober 1944 was de Oostereng een onderdeel van de ontsnappingsroute voor de  Britse militairen, de `Operation Pegasus I`.

Johan M. Snoek, beschrijft in zijn boek: Soms moet een mens kleur bekennen dat zijn zus Rie elke dag nog (24 - 25 september 1944) naar een tehuis voor bejaarden ging, de “Oostereng”, tussen Renkum en Bennekom, waar ze werkte op een zaal met 4 oude dames.

De situatie op het landgoed werd in 1945 als slecht beschouwd. Springer's management was niet rationeel gericht op productie. Als gevolg hiervan vertoonden de percelen een ongunstige leeftijdsverdeling, slechte groei en slecht gevormde boomstammen en kroonvormen (GldA-9; Bouwer, 2008). Zoals gesteld in GldA-9 (p.45): “De boschtoestand in de Oostereng kan in het algemeen niet zeer genoemd worden,…” Volgens Bouwer (2008; p.355) was er ook bezorgdheid over de grote hoeveelheid exoten soort, maar de informatie in GldA-9 spreekt dit tegen. Hier spreken ze positief over de Douglas sparren en Japanse lariks en klagen over het kleine aantal hectares dat op de Boswachterij aanwezig is Oostereng. Ze zijn het wel eens met Bouwer (2008) over de problemen van deze exotische soorten komt tot aanvallen door insecten en de problemen met de bladeren van Japanse lariks. Die langzaam composteren en daardoor een negatieve invloed hebben op de bodem. Om tot een rationele standaard voor Boswachterij Oostereng te komen is er een beheerplan gemaakt. Dit inclusief regels voor wegen, brand- en windgleuven, grondbewerking en (her)bebossing. Sommige wegen bleven onaangeroerd, ook al waren ze vanwege praktische redenen niet perfect gepositioneerd. Natuurlijke schoonheid wordt als onbelangrijk beschouwd voor een productiebos, maar wordt niet volledig verwaarloosd.
Verschillende keren wordt de natuurlijke schoonheid genoemd en worden er acties ondernomen om de dingen te behouden zoals ze zijn (GldA-9). Een voorbeeld hiervan is de beschrijving van een licht gebogen weg: “Zij mogelijke eentonigheid verbreken en gecombineerd de esthetica helpen.” (GldA-9; p.26) Bij het bespreken van toerisme komt ook de natuurlijke schoonheid naar voren: “Uit de aard mag het esthetische genot en het hygiënische nut dat Oostereng aan het publiek kan bieden, niet ingekort worden.” (GldA-9; p.59)

In 1947 begint Prof. Gijs Houtzagers met het inventariseren van de bijzondere bomen.


Oostereng
kaart uit 1947

Staatsbosbeheer heeft tot 1949 de bomentuin onderhouden en er nog bomen geplant. Daarna werd er aan de bomentuin niets meer gedaan.

Vanaf 1952, toen bosbouwarboretum Hinkeloord in Wageningen te klein was geworden, vond men op de Oostereng uitbreidingsmogelijkheden. Boswachterij Oostereng werd toen de leerboswachterij van de Wageningse bosbouwopleiding.

In 1952 heeft Professor G. Houtzagers van de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen (tegenwoordig Wageningen Universiteit), Instituut voor Bosbouwkundig Onderzoek, afdeling Houtteelt, een inventarisatie opgesteld van het bosbouwarboretum. De boswachterij deed toen dienst als leerbos voor studenten van de toenmalige Landbouwhogeschool.

In de periode 1957-1959 werkt de gemeente aan het uitbreidingsplan Oostereng.

In 1960 wordt een deel van het park ingericht als onderzoeksterrein met kantoren en laboratoria, en werden bomen gekapt. Er komt in 1964 een landbouwkundig instituut gevestigd (ITAL) waar met atoomstraling voeding en zaden worden geschoond. Er komt dan ook een groot hek om het terrein.

Oostereng Wageningen

ITAL

"In Wageningen is een proeffabriek in aanbouw, waar over twee jaar kan worden begonnen met het conserveren van bijvoorbeeld vlees, vis, kaas en vruchten door middel van gammastraling of een elektronenbombardement. Bij proeven die de laatste jaren op laboratoriumschaal zijn gehouden is volgens de Wageningse geleerden vast komen te staan dat het bestralingsprocédé zeer geschikt is om voedingsmiddelen langer houdbaar te maken zonder kwaliteitsverlies. Het grote voordeel is dat zich bij de behandeling geen temperatuurswijziging voordoet, waarvoor veel stoffen erg gevoelig zijn en die smaak en kleur vaak aantast". Uit Het Parool van 27-09-1966

"Beheerders van bejaardentehuizen stellen veel belang in de mogelijkheid klaargemaakte maaltijden door bestraling enige tijd goed te houden. De stichting Proefbedrijf voedselbestraling in Wageningen veronderstelt dat door het gebrek aan personeel aan die belangstelling niet vreemd is". Uit het Algemeen Dagblad van 27-09-1966.

Oostereng
een uitsnede van een Kadasterkaart uit 1963, de oude oprijlaan is nog net zichtbaar

ITAL

Het Proefbedrijf Voedselbestraling (PROVO) begint er in 1968.

"De Biologisch Agrarische Reactor Nederland was een onderzoeksreactor die van 1963 tot 1980 in werking was. De reactor stond op het terrein van het Instituut voor Toepassing van Atoomenergie in de Landbouw in Wageningen aan de Keijenbergseweg. De kernreactor had een vermogen van 100 kW en werd gebruikt voor onderzoek aan mutaties van planten door middel van blootstelling aan neutronen". bron

De bestralingen hebben weinig succes. De Albert Hein klanten laten de bestraalde producten in de schappen liggen. Ze hebben de keuze: verse champignons of de bestraalde versie.
En met röntgenstralen kunnen kiemen in voedsel ook onschadelijk gemaakt worden. Dat is veel makkelijker en goedkoper.

In 1982 (volgens bron) 1989 (volgens Wiki) sluit de ITAL In 1980 volgens Patrick Jansen. Nog een bron met 1988. Al deze verschillen zijn te verklaren omdat er naast de ITAL ook andere instellingen waren zoals PROVO, BARN en WASTE en allen stopten in andere jaren.

In 2002 worden de gebouwen geruimd en wordt alles teruggegeven aan de natuur. In 2011 begint een groep vrijwilligers, onder leiding van dendroloog Goudzwaard, met het herstel van het arboretum. Er komt een 1,3 km lang bomenpad.

De Oostereng valt tegenwoordig onder de boswachterij Oostereng (685 hectare) van Staatsbosbeheer, samen met de Keijenberg en de Beken. Het arboretum telt zo'n 11 hectare.

Oostereng Wageningen Renkum
Zo zijn bepaalde verhogingen in het terrein nog te herkennen. Kaart uit 1992

De ITAL had een eigen rioolafvoer voor met straling vervuild vocht en water. Die is er nog steeds. Aan de Nederrijn zal de uitloop nog wel te vinden zijn. Regelmatig wordt er gegraven en proefboringen gedaan op de voormalige Hoofdlaan van het Oranje Nassau Oord. Daar waar ook de hogedruk waterleiding naar Ede ligt.

Oostereng

Oostereng
AHN 2023

De AHN prent gemaakt omdat ik vermoed dat er nog kelders, fundamenten van de ITAL te vinden zijn.

Gebruikte bronnen:

Arboretum Oostereng

Wikipedia

Monumentale bomen op Oostereng

Jaap Buis; Bomen parken en buitenplaatsen in en om Wageningen; 1988

Jaap Buis, 1985. Historia Forestis. Nederlandse Bosgeschiedenis, Wageningen/Utrecht.

L.A. Springer, 1936. Onze Buitenplaatsen en Landgoederen. Ooster-Eng bij Bennekom, in: Nederlandsch Boschbouw Tijdschrift 9, p. 81-84.

Quarles van Ufford: Oostereng. De geschiedenis van een negentiende-eeuws landgoed op de Zuidwest-Veluwe. Uitgeverij Matrijs, 2007.

If then is now.

dendrologie: Arboretum Oostereng, een vergeten arboretum in Wageningen

Arboretum Oostereng Deel 1 Redactie Veluwenaar in Landschapsbeheer.

Bouwer, K. (2008) Voor profijt en genoegen, Utrecht, Uitgeverij Matrijs.

Gelders Archief: 270 Boswachterij Oostereng, 1941-1956 voor GldA - 1 - 9

Effects of the Second World War on the forests of the southwest Veluwe, Tim Zwartkruis 2014

Bomen, parken en buitenplaatsen in en om Wageningen

Wur E depot

Niet gebruikt:

Bursch, F. C. Het urnenveld op het landgoed Oostereng onder Bennekom. Oudh. Meded. Rijksmus. Leiden. N.R., XIV (1933) 26.
Oostereng
Uitsnede van de kaart van Thomas Witteroos uit 1570: De Moft. Klik op de kaart voor het origineel. Het noorden is rechts. Dit is een bewerkte uitsnede.
De Moft is de naam van een gebied en beslaat alles te westen van het Renkums Beekdal tussen Wageningen, Bennekom, Ede en Ginckel. Op de plaats waar nu het arboretum ligt staat geschreven “Die hegge an 't boomken”. Later '(rond 1832) wordt dit gebied Boompjesheide genoemd. Op de Witterooskaart heet de huidige Hartenseweg "Die Bennecomsche Wech van Reijncom".
Een Bennekomseweg vanuit Heelsum of de Keijenbergseweg vanuit Bennekom, is er niet op te vinden. Met dank aan Geert en Mathilde.
eigen foto's:

Wageningen Oostereng boswachterswoning
voormalige boswachterswoning

Oostereng

Oostereng

Oostereng
Japanse berk

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng
Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng

Oostereng
blote voeten pad

Oostereng

Oostereng

Oostereng
Is dit de locatie van de voormalige waterput?

Oostereng
Aan de zuidkant van de Bennekomseweg heeft Springer ook bomen geplaatst.

Oostereng
Een boommarter neemt me eens goed op.

Oostereng

Oostereng
Belmonte
Belmonte, Generaal Foulkesweg Wageningen

Rond 1800 werd de grond aangekocht door Frans Godard van Lynden van Hemmen (1761-1845). Hij liet een theekoepel op een mooi uitzichtpunt bouwen.
In 1801 wordt Frans van Lynden een van de 35 leden, die deel uitmaken van het nieuwe Wetgevend Lichaam.

Van Lynden had gronden aan weerszijden van de Holleweg. De bezittingen ten oosten van de Holleweg kwamen in 1834 in eigendom van zijn schoonzoon Thierry Juste baron de Constant Rebecque de Villars, die getrouwd was met zijn dochter Margaretha Johanna Wilhelmina barones van Lynden.

Belmonte

De meeste kavels hebben dezelfde eigenaar:
Belmonte

Thierry Auguste (Thierry Juste) baron de Constant Rebecque de Villars (1786-1867) verwierf in 1834 een deel van de bezittingen van zijn schoonvader. Hij begon hier het landgoed, dat hij 'Belmonte' noemde. Hij gaf in 1843 Jan David Zocher jr. (1791-1870) opdracht een ontwerp voor het park te maken.  Een aantal bomen in de huidige tuin dateren nog uit deze tijd. Thierry liet in 1843 op een mooie plek een landhuis in Italiaanse stijl naast de theekoepel bouwen.
In 1857 kreeg zijn zoon, Willem Anne baron de Constant Rebecque de Villars (1827-1894) alle gronden op de Veluwe en de Veluwezoom van zijn vader, inclusief Belmonte.

"Na het overlijden van Baron van Lynden van Hemmen in 1845 kreeg Baron de Constant Rebecque ook het eigendom over alle bezittingen op de Wageningse Berg. De toenmalige waarde van het gedeelte ten oosten van de Holleweg inclusief de bebouwing werd getaxeerd op ƒ 4856,85). In 1857, toen zijn kinderen meerderjarig waren geworden, deed T.J. Baron de Constant Rebecque 'Belmonte' over aan zijn zoon Willem Anne. Deze laatste was onder andere gemeenteraadslid in Wageningen, maar hechtte meer belang aan zijn functie als kamerheer van Koning Willem III. Willem Anne de Constant Rebecque (1827-1894) overlijdt in 1894, waardoor 'Belmonte' in handen komt van diens twee dochters, Justine Thérèse Civile en Cécile Alexandrine. In 1936 verkoopt de laatste freule de Constant Rebecque het landgoed Belmonte en het oostelijk deel van de Westberg aan de Stichting 'Het Geldersch Landschap'. De gemeente Wageningen draagt ƒ 30.000 bij aan de aankoopsom (van ƒ 125.000) onder de voorwaarde dat het landgoed, dat vanaf dat moment onder de natuurschoonwet valt en na het overlijden van de freule opengesteld wordt als wandelgebied voor het publiek". Bewerkt uit Bomen, parken en buitenplaatsen in en om Wageningen. Historische Reeks van de Historische Vereniging Oud-Wageningen, nummer 4 - 1988

Belmonte

Een advertentie uit de Arnhemsche courant van 26-3-1883: Belmonte is te huur.

Belmonte
de situatie in 1912

Belmonte
de situatie in 1915

De Landbouwhogeschool kocht Belmonte in 1951 voor één gulden van Het Geldersch Landschap.

Belmonte
de situatie in 1953

"De overdracht van Belmonte aan de Landbouwhoogeschool is thans een feit geworden. De Staat kocht het bij acte van 9 Oct. 1951. De bedoeling is, er een nationaal arboretum te stichten, waarbij men zal trachten den vroegeren aanleg zooveel mogelijk in eere te herstellen en den opstand, voor zoover die nog aanwezig is, te sparen. Het zal helaas nog jaren duren, eer iets van het toekomstige beeld van het nieuwe arboretum zichtbaar wordt". Uit Gelre, Bijdragen en mededelingen 1952.

Met ingang van 15 maart 1954 wordt de heer W.J.M. Janssen, chefboomkweker aan de Gerard Adriaan van Swieten Middelbare Tuinbouwschool te Frederiksoord, benoemd tot hortulanus aan de botanische tuin van de Landbouwhogeschool te Wageningen.

De villa en het park werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest. Het Arboretum Belmonte, is in 1953 1954 gerestaureerd naar een ontwerp van de professoren J.T.P. Bijhouwer en H.J. Venema. Er stonden toen, behalve de oorspronkelijke bomenstrook in het midden van de tuin, alleen nog maar kleine bomen.

Het park is 10,7 hectare groot.

In 2017 verkocht de universiteit Belmonte weer aan oa het Gelders Landschap en Kasteelen.
De stichting Beheer en behoud Arboretum Belmonte beheert het Arboretum Belmonte voor oa. het GLK.

Belmonte

Wikipedia over Belmonte

Bij hippomobiel erfgoed is meer te lezen over de geschiedenis van huize Belmonte

Belmonte

Als u er nu toch heen gaat, bezoek dan ook de graven van de familie De Constant Rebecque de Villars, naast de restanten van een heel oude kerk. Aan de andere kant van de Holleweg.

Belmonte

Belmonte

Belmonte
Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Belmonte

Monumentale bomen op Belmonte

Dorland, E. van, e.a. (2022). 'De Westberg, een monumentaal Wagenings erfgoed'. ISBN 978-90-800156-5-4 link Oud Wageningen

If then is now.
Trivia

Willem Anne de Constant Rebecque (1827-1894) De gegevens in de link kennen geen Justine.

In dit boek: archief van de familie De Constant Rebecque, wordt Justine niet genoemd.

Bij een prent van A.S. Fries - Justine Thérèse Civile wordt een ander overlijdensjaar genoemd.

Belmonte
geen Cécile.

Belmonte
geen Cecile

Enkele namen van eigenaren in 1920:
Belmonte
Een uitsnede van Kadaster dj 1921 E1322 VW_WGN00_E_181

Bij het Kadaster worden op deze veldwerkkaart wel de twee dochters genoemd:
Justine Thérèse Civile barones de Constant Rebecque de Villars
Cécile Alexandrine Barones De Constant Rebecque De Villars

Belmonte

"KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.
(No. 1207.) wet van den 18den November 1921,houdende naturalisatie van C. A. baronesse de Constant Rebecque, weduwe van H. L. E. C. H. Reichsgraf von Pückler, Freiherr von Groditz. Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat Cécile Alexandrine Baronesse de Constant Rebecque, weduwe van Hermann Louis Erdmann Carl Hugo Reichsgraf von Pückler, Freiherr von Groditz, aan Ons een verzoek om naturalisatie heeft ingediend, met overlegging van de bewijsstukken, bedoeld in art. 3 der wet van 12 December 1892 (Staatsblad, n°. 268) op het Nederlanderschap en het ingezetenschap, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 December 1920' (Staatsblad n°. 965); Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg' der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel 1. De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan Cécile Alexandrine Baronesse de Constant Rebecque, weduwe van Hermann Louis Erdmann Carl Hugo Reichsgraf von Pückler, Freiherr von Groditz, geboren te 's-Gravenhage (Zuidholland) den 24 Juni 1857, zonder beroep, wonende te Wageningen, provincie Gelderland. Artikel 2. Deze wet treedt in werking met ingang van den dag na dien harer afkondiging".
Uit  het Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1921, 01-01-1921
Belmonte Portret van Justine Thérèse Civile barones de Constant Rebecque de Villars (1855-1951) en Cécile Alexandrine barones de Constant Rebecque de Villars (1857-1941)

Belmonte


Zelf hou ik het nu op:
Justine Thérèse Civile barones de Constant Rebecque de Villars (Belmonte 3 sept. 1855- Velp 14 januari 1951)
Cécile Alexandrine Barones De Constant Rebecque De Villars (Den Haag 24 juni 1857- Den Haag 28 jan. 1941)
Belmonte Belmonte
Uit Gelre Bijdragen en mededeelingen, 1952, 01-01-1952 pagina 110
De Dreijen
De Dreijen.

Ingang via de Generaal Foulkesweg of via Het Depot, Arboretumlaan 4, Wageningen.


Naar ontwerp van L.A. Springer legde men in 1896 ten oosten van het gebouw van de
Rijkstuinbouwschool (de vakgroep Plantentaxonomie) het arboretum De Dreijen aan. Deze tuin met ‘boshoek’ was opgezet als proeftuin, maar werd in 1927 een systeemtuin (met planten gerangschikt volgens het stelsel van Linnaeus).

Dreijen

Bij de opening was de Dreijen 4 hectare groot. De tuin bestond onder meer uit een bloemisterij, een warmoezerij (groentetuin), een pomologische tuin (fruittuin), een arboretum, een kleine boomkwekerij, een vijver met een rots en waterval.

Dreijen
De tuin van Springer

Omstreeks 1913 werd een deel van het ontwerp van Springer vervangen door een geometrisch aangelegde tuin. Tuinarchitecte mejuffrouw L.H. Baas Becking maakte het ontwerp.
Rond 1930 werd er weer wat veranderd, mede door de aanleg van de Arboretumlaan.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de ravage in de tuin hersteld, onder meer door schenkingen van andere tuinen. Het oorspronkelijke arboretum (bomentuin) vinden we nog terug in het zuidoostelijke deel: 'de Boshoek'. Dit overblijfsel van het oorspronkelijke ontwerp van Springer bestaat uit enorme rode en groene beuken en verschillende notenbomen.


Dreijen

Dreijen

De Dreijen

De Dreijen

De Dreijen

De Dreije Depot

Dreijen
 
De Dreijen
op zoek naar een betere bron???

Dreijen

Dreijen

De Dreijen

De Dreijen

De Dreijen

Het Depot
In het Depot.

De Dreijen

De Dreijen

Monumentale bomen in de Dreijen

de Dreijen
Hinkeloord
Hinkeloord, Generaal Foulkesweg 64, Wageningen

De BAG geeft 1855 als oorsponkelijjk bouwjaar

Het arboretum is aan de achterzijde van Hinkeloord.

Hinkeloord
HisGis in 1832 met BRT 2022

Volgens HisGis is in 1832:
- De Hervormde Diaconie van Wageningen eigenaar van de kavel Wageningen E261 met 3310 m² bouwland (ten westen van Hinkeloord tot de Nassauweg)
- Zijn de Gilden van St. Anna uit Wageningen eigenaar van de kavel Wageningen E279 en E278,  bestaande uit ruim 10000 m² bouwland (ten oosten van Hinkeloord tot de Hesselink van Suchtelenweg)
- Zijn de Erven Arnold Zeger van Zadelhoff, een rentenier te Wageningen, eigenaar van de kavel  Wageningen E283 bestaande uit 1830 m² bouwland. (zuidoosten tot het Bergpad)
- Is de wed. Aart van Rennes, rentenierster te Wageningen eigenaar van de kavel  Wageningen E263 met 310 m²,  bestaande uit een schuur en erf. De locatie waar nu Hinkeloord staat. En ze is ook eigenaar van de kavel Wageningen E262, bestaande uit 2960 m² bouwland.
- En vrijwel het gehele Bergpad en omgeving is in handen van de erven Douairière R.C. Baron Torck van Roosendaal uit Rozendaal. Er zijn nog meerdere andere kleinere kavels van andere eigenaren.

Dirk Vreede (1819-1868)
Dirk trouwde op 7 juni 1844 in Heusden met Sara Adriana van Baak, geboren op 3 mei 1820 te Heusden. Na hun huwelijk vertrok het echtpaar naar Nederlands Oost-Indië. Dirk werkte daar als tabakscontractant. In Indië werden drie zoons geboren, helaas de jonge moeder overleed op 21 maart 1850. Zij hadden maar 6 jaar in Ngladjoe gewoond, in de stad Rembang op Java. Twee jaar na het overlijden keerde Dirk met zijn drie zonen terug naar Nederland.
Dirk gaf in 1855 opdracht tot de bouw van een buitenplaats op de Wageningse Berg. Dirk is dan 36 jaar. Op de verjaardag van zijn vader werd op 12 mei 1855 de eerste steen gelegd door zijn negenjarig zoontje Cornelis. Hij gaf het huis de naam Ngladjoe, als herinnering aan zijn tabaksplantage op Java. De villa was compleet met een ijskelder en twee theekoepels met uitzicht over de Nederrijn.
Dirk trouwde op 2 februari 1853 opnieuw met Anna Elisabeth de Voogt. Zij kwam uit een Wageningse tabaksfamilie. Er kwamen nog vier kinderen.

Hinkeloord

Hinkeloord

Vreede ging vanaf 1872 wonen aan de Hoogstraat te Wageningen. In 1874 werd Vreede lid van de Wageningse gemeenteraad. Op 7 september 1875 werd hij wethouder in Wageningen.

Dirk de Vreede is een van de voorstanders van een Rijkslandbouwschool, die in 1876 tegenover Hinkeloord (gebouw met de klok) begint. 

Godert Alexander Gerard Philip baron van der Duijn Van Maasdam 1838 - 1910

In december 1872 werd Ngladjoe voor ƒ 28.400,-- verkocht aan Godert Alexander Gerard Philip baron (sinds 1874 graaf) van der Duijn, heer van Maasdam en Hinkeloord, rentmeester van de kroondomeinen. Hij gaf de buitenplaats de naam Hinkeloord.

Waar komt de naam Hinkeloord vandaan:
Hinkeloord

Hinkeloord

"Baron Van der Duijn van Maasdam, te Wageningen, heeft bedankt voor zijne benoeming tot wethouder aldaar"
. Uit Het nieuws van den dag 08-09-1887

In juli 1889 bedankt G. P. baron Van der Duyn van Maasdam, als kantonr.-plaatsverv. in het kanton Wageningen.

In mei 1888 heeft G.A.G.P van der Duijn van Maasdam de buitenplaats moeten verkopen voor ƒ 30.000,-- aan de heer Hendrik Tutertien, agent van de Geldersche Crediet Bank. In mei 1892 heeft hij het landgoed weer verkocht aan jonkheer Hendrik Jacob (sinds 1893 baron) van Doorn van Westcapelle voor een bedrag van ƒ 30.000,--.

Hinkeloord

 Villa Hinkeloord is in verkocht in 1918 aan de Staat Onderwijs. Kadaster Legger 2716

Hinkeloord

Het landgoed werd vanaf 1916 verhuurd aan de Landbouwhogeschool Wageningen, afdeling Bosbouw. In 1918 heeft de Staat der Nederlanden het voor een bedrag van ƒ 50.125,-- aangekocht. Het gebouw kwam in gebruik bij de Afdeling Bosbouw van de universiteit. Tegen de linkerzijde van het huis kwam in 1922 een kleine uitbreiding met één bouwlaag tot stand.
De tuin werd vanaf die tijd gebruikt als arboretum.

Er worden twee mogelijke ontwerpers van dit arboretum genoemd:
H.F. Hartogh Heys van Zouteveen. Een bron: "In 1919 werd villa Hinkeloord, dat men voorheen al huurde, aangekocht door de Landbouwhogeschool voor de afdeling Bosbouw. Hartogh Heys van Zouteveen (1870-1943) maakte er het tuinontwerp met bijzondere bomen".

Zocher: "Aan de achterzijde bevindt zich een grote tuin, aangelegd in Engelse landschapsstijl. Men vermoedt dat het een ontwerp is van een van de Zochers". bron
"Vier jaar later werd de tuin door tuinarchitect Zocher ingericht zoals hij nu is, als arboretum". bron.

Aan de linkerzijde bevindt zich het voormalige koetshuis met tuinmanswoning.

Het rijk bleek vanaf 1919 niet zo’n geweldige beheerder van het landgoed. Het werd verwaarloosd en de verf bladderde van de villa af. Op het gehele terrein (tot aan de Westerbergweg) werden zo'n veertig proefvelden en proefvakken bijgehouden, een unicum in Europa. In de jaren 80 raakten de proefvakken van microbiologie buiten gebruik en werden overwoekerd door struiken en hagen. De proefvakken werden in 2006 een Rijksmonument.

Vanaf 1952, toen bosbouwarboretum Hinkeloord in Wageningen te klein was geworden, vond men op de Oostereng uitbreidingsmogelijkheden.

De stichting Utopa begint in 1988.

In april 2000 werd het hele gebied door de Landbouwuniversiteit Wageningen verkocht aan de projectontwikkelaar Roelofs & Haase. In juni 2002 volgde de overdracht van het in slechte staat verkerende pand en de verwaarloosde tuin aan de stichting UTOPA te Voorhout. Het huis werd gerestaureerd en het arboretum werd weer in ere hersteld. Op de plaats van de aanbouw uit 1922 werden onder architectuur van Bas van Hille van BD Architectuur een nieuwe tentoonstellingsruimte en een trappenhuis gebouwd.

In 2004 werd Hinkeloord een onderdeel van Het Depot.

Hinkeloord
 Hinkeloord

Hinkeloord

Hinkeloord

Hinkeloord

Hinkeloord Hinkeloord Hinkeloord

Hinkeloord

Monumentale bomen op Hinkeloord.

Wikipedia

Buitenplaatsen in Nederland

If then is now

Oosterse plataan in Arboretum Hinkeloord
Kadaster vwb Hinkeloord
Hinkeloord
1920 E 2817

Hinkeloord
dienstjaar 1921 uitsnede E 2819 veldwerk
Hinkeloord
dienstjaar 1960 E 4338


Hinkeloord
Wageningen Dienstjaar 2003 E 5583
blauw is uitzoeken

Godert Alexander Gerard Philip baron van der Duijn Van Maasdam 1838 - 1910


Wie is van der Duijn:


M'n vraag is, waarom heeft van der Duijn Hinkeloord verkocht, waarom is er in de Wageningsche courant in 1888 niks over hem te vinden. Wel te vinden is dat van der Duijn zicht steeds afmeld voor het bijwonen van de gemeenteraadsvergaderingen.
Persoonlijke gegevens Goderd Anne Gerard van der Duijn

Een kind van Godert Anne Gerard graaf van der Duijn en Louisa Maria Elisabeth Sassen.
De heer Godert Anne Gerard graaf van der Duyn van Maasdam, ridder in de Orde van de Nederlandse leeuw, ridder Militaire Willemsorde, overlijd op 4 december 1865.

Goderd Alexander Gerard Philip van der Baron van der Duijn, geboren op 15 mei 1838 te 's Hertogenbosch, huize Groot Venhorsting.

Maasdam
Oud Vorden

De familie van der Duijn Maasdam - Sassen verhuisd in 1859 naar huize Venhorstink in Delden gemeente Vorden. Na het overlijden van de vader wordt dit huis geveild in 1866. In 1866 verhuisd moeder naar Rheden en Goderd verhuisd eerder, in 1862 naar 's Gravenhage. Zou men de naam van het huis in Den Bosch: Venhorstink, meegenomen hebben naar Delden waar het landgoed Venhorstink begint?

Gehuwd met:
Sophie Frédérique baronesse van der Duijn op 23 april 1868 te Rheden
Overlijden Sophie Frédérique barones van der Duijn, 17-11-1888
overleden in Monaco
Moeder: Constance Julie Eleonore de Salis
Vader: Edouard Ernest barones van der Duijn

Godart A.G.Ph. van der Duijn. Deze Godart, rentmeester van het kroondomein in Wageningen was, hechtte kennelijk nogal aan de exclusiviteit van de "naam" Van der Duijn van Maasdam, waarvan hij op dat moment de enige rechtmatige drager was. (bron)

Kroon-Domein, Rentambt Wageningen. 25-1-1884: "Z. M. heeft bij het kroondomein de volgende besluiten genomen: 1° aan G. A. G. P. baron van der Duyn van Maasdam, op zijn verzoek, een eervol ontslag verleend als rentmeester van het kroondomein, rentambt Wageningen" Het kroondomein had kavels in Elst, Huizen, Wageningen, Ede, Lunteren, Barneveld.

    Hij is overleden in op 6 september 1910 in Brussel, hij was toen 72 jaar oud.

Duijn Maasdam
Hoe schrijf je zijn naam:
Goderd
gemeente Vorden

Goderd
gemeente Vorden

probleem veel schrijfwijzen: Godart, Godert, Goderd, Godard, Anne of Alexander?

Hinkeloord

Uit Facebook Oud Wageningen: "Het huis 'Ngladjoe' verkocht hij aan (even diep ademhalen) Godert Alexander Gerard Philip graaf van der Duyn, heer van Maasdam en Hinkeloord, die het huis zijn huidige naam gaf. Maar die woonde er ook niet lang: vier jaar later ging het over in handen van Hendrik Jacob baron van Doorn van Westcapelle die het huis 'Villa Vada' noemde". Volgens veel bronnen is Hinkeloord verkocht in 1888 en niet 1876

Hinkeloord
Als je toch in het buitenland verblijft, dan woon je ook niet meer op Hinkeloord. Bron     Wageningsche Courant, 18/4/1889

Verblijft hij in Monaco waar in 1888 zijn echtgenote overlijdt? Of in Brussel waar hij zelf overlijdt?
Hij verbleef vanaf het overlijden van zijn vrouw meestal in Nice, Monaco, maar ook Schaerbeek bij Brussel.
Hinkeloord
Het noorden is hier rechts. Het Dienstjaar is 1960 maar de kaart heeft 2 data: april en november 1957
De kadaster veldwerkkaart hierboven is nu de oudste kaart die ik kan vinden. Wageningen E 4338. Op kavel 4338 is geen lager nummer te vinden. En E 4375 is de noordkant van de Generaal Foulkesweg. Op de hulpkaart E 4338 is heel veel te vinden, maar geen Hinkeloord.

geen Hinkelroord

Hinkeloord staat er dan geheel rechts, net niet op. Het zwembad is in 1959 nog gewoon op de plek aan de Rustenburg, de Veerstaat en de Generaal Foulkesweg zij ook goed herkenbaar.
Wie kan me helpen aan oudere kaarten van Hinkeloord? E4338 lijkt een doodlopende weg.
Hinkeloord
Uit 2002
't Spijk
't Spijk In het huidige Torckpark in Wageningen.

Achter de Bassecour, Herenstraat Wageningen. Bij het Salverdaplein.

Het eerste Wageningse arboretum werd in de tuin van De Bassecour aangelegd. De resten hiervan zijn nu nog enkele monumentale bomen van de vroegere Botanische Tuin (werd het ooit "arboretum" genoemd?).

   t Spijk
"Staan over het geheel genomen, de veldgewassen overal gunstig en beginnen de boomgewassen en en vooral de kersen tot rijpheid te geraken, de gewassen in den proeftuin van de Rijks-Landbouwschool, gelegen aan het Spijk alhier, maken bijzonder een gunstgen indruk door hun prachtigen wasdoem. Zowel het korenges, op rijen verbouwd en zwaar van stroo en halm, als de aardappel- en peulgewassen, waaronder van buitenlandschen oorsprong, allen zijn zeer weelderig. Een wandeling, in den proeftuin waartoe, naar wij vernemen, op aanvraag een vergunning aan belangstellende gaarne verleend wordt, zal door ieder, die belang bij de landbouw, met genoegen gedaan worden". Wageningsche Courant,  2/12/1875

Het 'Bassecour' werd in 1876 al aangeduid als het 'Hoofdgebouw'. Na verbouwing werden hierin leslokalen, een lerarenkamer, die aanvankelijk ook de bibliotheek herbergde, een internaat, de directeurswoning en de conciërgewoning ondergebracht. De beide vleugels van het hoofdgebouw werden in 1877 gebouwd naar een ontwerp van de architect W.C. Metzelaar. Deze verwierf bekendheid als ontwerper van gevangenissen en gerechtsgebouwen. Ook het hek dat het complex aan de straatzijde afsloot, is door hem ontworpen. In de vleugels vonden onder meer het Rijkslandbouwproefstation en de laboratoria onderdak. Ter weerszijden van het toegangshek van dit gebouwencomplex werden in 1880 twee gaslantaarns geplaatst. Achter het hoofdgebouw lag de botanische tuin en de daaraan verbonden ooft- en boomkwekerij, groot 0,7 ha. Vanuit de botanische tuin kon men, met een pont de gracht overvarende (later kwam er een bruggetje), op het Spijk komen, dat ongeveer 1 ha groot was en ten doel had de leerlingen in de praktijk met alle cultuurgewassen bekend te maken".
Uit: De geschiedenis van de Landbouwuniversiteit Wageningen. deel 1: van school naar hogeschool, 1873 1945

t Spijk
Landbouw-courant-12-11-1876

"Naar wij vernemen zal bij den proeftuin op het Spijk te 'Wageningen niet de modelboerderij, maar een herenhuis gebouwd worden, ten dienste van den heer Vos, leeraar aan 's Rijkslandbouwschool, en zal het thans door dien heer bewoonde gedeelte der school ingericht worden tot stalling van vee en werktuigen, benevens een deel, dat aan de school verbonden zal worden". (Wag. Courant. februari 1879)

t Spijk proeftuin
Wageningsche courant 1886

"In 1895 werd aan de tuinarchitect Leonard Springer, gevraagd een tuinplan voor de toen nog in aanbouw zijnde rijkstuinbouwschool te ontwerpen. Daarvoor moest hij het 4 ha grote terrein dat de school omgaf, zo aanleggen dat voor elke tak van het tuinbouwonderwijs een apart geheel werd ingericht. Zo zonderde hij een betrekkelijk groot deel af (1 ha) voor een arboretum, omdat hij inzag dat het noodzakelijk was de aanstaande leerlingen kennis te laten maken met houtgewassen. Springer ontwierp het arboretum in landschapsstijl om de leerlingen het verband te leren kennen tussen het materiaal en de tuinkunst. Ook maakte hij een groentetuin, een pomologische tuin oftewel oofttuin, een bloemisterij, een 'rozengaard', druiven- en perzikenkassen met ketelhuis voor centrale verwarming, een 'varengaard met waterkom', een boomkwekerij, een 'rotspartij voor alpinen' en uitheemse planten, een aantal proefvelden en een oefentuin, waar de leerlingen praktische ervaringen konden opdoen. Dat het arboretumgedeelte met zijn bomencollectie de meeste indruk maakte, blijkt uit het feit dat de tuin al omstreeks 1906 algemeen 'Tuinbouw-Arboretum' werd genoemd."
Uit: De geschiedenis van de Landbouwuniversiteit Wageningen. deel 1: van school naar hogeschool, 1873 1945

Leonard Springer (1855-1940) kreeg in 1895 de opdracht om een instructietuin en arboretum te ontwerpen. Dit op de terreinen van de Rijks Tuinbouwschool te Wageningen. Een arboretum,
met allerlei bomen en struikensoorten, om de aanstaande leerlingen met dit materiaal van de tuinbouw kennis te laten maken.

"AMSTERDAM, Januari. — Velen van onze lezers, vooral zij, die bij de fruitteelt belang hebben, zullen zich met ons verwonderd hebben over het voornemen der regeering, om 1 April a.s., den dag waarop de directeur van den Pomologischen Tuin te Wageningen zal worden gepensionneerd, tevens dezen proeftuin... op te heffen. Bij de meesten echter zal het niet gebleven zijn bij verwondering, toen zij van dit onweersproken voornemen der regeering hoorden, immers: welk een groot nut beeft deze instelling onder de voortreffelijke leiding van den heer Ide niet voor een belangrijk onderdeel van onze bodemcultuur! Met groote belangstelling hebben wij herhaalde malen den Tuin bezocht en de prachtige vormboomen, pyramiden en struiken bewonderd, en een kijkje genomen in de druiven en perzikkassen. Wij zijn er geweest in den bloeitijd, wanneer de tuin met zijn lanen van bloesemende ooftboomen een ware lusthof is en wij zijn er wezen kijken in den tijd, dat het fruit rijp is en wij nauwelijks de verzoeking konden weerstaan om van de verboden vruchten in dezen „Hof van Ide” te proeven. En nu, naar aanleiding van de plannen der regeering, hebben wij nog eens — te Wageningen en elders — inlichtingen ingewonnen over den Pomologischen tuin, zijn beteekenis en zijn toekomst."  De courant Het nieuws van den dag 27-01-1925

Dan komt er een oorlog 1940-1945 en over de Wageningse proeftuin wordt in de krant niet meer gerept.

Het arboretum en de bomenkwekerij bij De Bassecour zijn op enkele oude bomen na
verdwenen. Ook de proeftuin het Spijk bestaat niet meer. Sommigen bomen staan er nog wel.
In deze botanische tuin van 0,7 hectare bevond zich ook een boomkwekerij en er werden fruitbomen gekweekt. Aan de overkant van de stadsgracht lag het proefveld het Spijk. Hier werden de studenten in de praktijk bekendgemaakt met alle cultuurgewassen.

botanische tuin
De magnolia van Wageningen

botanische tuin

Magnolia

Enkele bomen:
Moerascipres (Taxodium distichum)
Twee Japanse notenbomen (Ginkgo biloba) waarvan een, in Nederland zeldzaam, vruchtdragend exemplaar is.
Een zeer breed spreidende Magnolia (Magnolia × soulangeana),
Een Gewone plataan (Platanus × hispanica)
en op zoek met een kundig iemand zijn er misschien nog wel meer te vinden.



botanische tuin Springer
Restanten van de kasteelmuur en restanten van de botanische tuin.
Oranje Nassau Oord
Oranje Nassau Oord

Kortenburg 4, Wageningen

Hier wordt alleen het arboretum behandeld, meer lezen over O.N.O, klik hier.

Het is de graaf van Appeltern die al de beplanting en tuinaanleg laat verfraaien. Koning Willem III laat het uitbreiden.Er komt een koetshuis, een kwekerij met een oranjerie en de drie beken in het park krijgen meer aandacht.
De heer Kraayenbrink, die de tuincepter zwaaide op Het Loo, kwam regelmatig naar Wageningen

Oranje Nassau's Oord
Helaas is de rustiek stenen brug door de achtergrond niet goed zichtbaar.

Er komen vijvers, en zelfs een heuse waterval. Een vogelhuis en een fazantenpark.

Is het arboretum een ontwerp van tuinarchitect Louis Paul Zocher (1820 - 1915)?
J.D. Zocher jr. (1791-1870) had van Mr. Reinhard Crommelin al de opdracht om het landgoed te verfraaien; Zie Immerzeel; De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche meesters; Smit, 2008. Zie ook L.P. Zocher, Wageningen, 1889

In 1889 krijgt L.P. Zocher de opdracht om Oranje Nassau’s Oord te verfraaien. De opdrachtgever is Koning Willem III; bron: Afdeling Speciale Collecties van de Bibliotheek Wageningen UR. En Zocher.

ONO
De A staat ter hoogte van het voormalige arboretum.
Oranje Nassau Oord
Op deze uitsnede van een plattegrond, gemaakt door het Laboratorium voor Geodesie Landbouwhoogeschool te Wageningen uit 1940 is de Arboretumlaan en het arboretum in de tiende kamp, te zien. Waar? Bij de W aan de bovenkant is tegenwoordig een ingang naar de begraafplaats Harten aan de Hartenseweg. Bron Archief Oranje Nassau Oord.
Als ik er rondloop dan denk ik, ja, het is nog te zien. Maar wat blijft er na 100 jaar over van een arboretum van struiken en heesters?

Oranje Nassau's Oord
Een rododendron midden in het bos? Een overblijfsel?

Wikipedia over ONO
Oranje Nassau Oord
Gedeelte van een kaart uit ongeveer 1940. De Hartenseweg is terug te vinden en een stuk muur van de oude papierfabriek is er ook nog. Parkeer op de begraafplaats Harten en ga op zoek naar de restanten van het Arboretum.
Bato's wijk, Oosterbeek

Over de geschiedenis van Bato's WIjk, klik hier en scroll dan naar Bato's Wijk.

Samuel Voorhoeve was in 1942-1944, hoofd van de afdeling Plantsoenen van de gemeente Renkum. Voorhoeve bedacht om Bato's Wijk meer het karakter van een arboretum geven, zodat studenten van de Landbouwhogeschool Wageningen er op bezoek konden komen. Uit die periode stammen onder andere de blauwe ceder, douglasspar, kronkelacacia, veldesdoorn, plataan, Christusdoorn, treurberk en moerascypres.

Bato's Wijk
Een tekening van Voorhoeve uit 1933. Een extra toegangsweg naar het gemeentehuis is er nu niet meer.

Na de WWII is het gemeentehuis geheel door brand verwoest. Engelse beschietingen in januari of februari 1945. Het pand gaat in brand er ook de brandweer is geëvacueerd.
Het resultaat is dat alle gemeentelijke archieven en gegevens van de burgerlijke stand van de gemeente Renkum, verloren zijn gegaan. Samuel Voorhoeve dient een begroting in voor herstel van het park, dat onder meer door de aanleg van loopgraven zwaar beschadigd was. In 1948 overlijdt Voorhoeve onverwachts en zijn herstelplan wordt door zijn opvolger Gerlach uitgevoerd. De muziekkoepel verdwijnt en ook het prieeltje dat het oorlogsgeweld had overleefd, moet het ontgelden. Alleen de beschadigde rotspartij met kelder wordt hersteld.

Bato's wijk
Bato's Wijk

Bato's wijk

Lees meer over Bato's Wijk bij landgoederen

Monumentale bomen op Bato's wijk.
Enkele linken:

H. Bos Natuurhistorische wandelkaart van Wageningen en omstreken, [1891]
Leren in het groen.
Bronnen:

"75 jaar botanische tuinen Wageningen 1896-1971, uitgave van het Laboratorium voor
plantensystematiek en -geografie, Wageningen, 1972.

"Monumenten in Nederland"; Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Ben Olde
Meierink en Marc Tenten; 2000

Landschapsbiografie van de Veluwe, Jan Neefjes; Rijksdienst Voor Het Cultureel Erfgoed; 2018
‘Van Heide tot Lusthof, landgoederen in het Renkums beekdal’; Patrick Jansen; uitgeverij Matrijs ISBN 978 90 5345 460 2. Patrick Jansen.

"Wandelingen rond Wageningen in het voetspoor van Hemmo Bos; Schaafsma, Ruud.; ISBN: 978-90-5345-243-1; juni 2004, 4e druk 2011. Ruud Schaafsma website

HisGis
Aanvullingen, verbeteringen, graag: hans braakhuis